Een discussie die de afgelopen raadsperiode plaatsvond is die over het subsidiebeleid. Waar ging die discussie over, en wat vindt het CDA?

Sport is belangrijk. Daar zijn de meeste mensen het wel over eens. Door te sporten voel je je fitter, je doet leuke sociale contacten op en het is leuk om in competitieverband elkaars krachten te meten. Bovendien is het zo dat als je je lichamelijk fit voelt, dit een positieve uitwerking heeft op je geestelijke gezondheid. De Romeinse dichter Juvenalis wist al: “Orandum est ut sit mens sana in corpore sano”: Een mens moet bidden voor een gezonde geest in een gezond lichaam.

Ook voor de gemeente is sport belangrijk. De gemeente Putten subsidieert daarom sportverenigingen. Tot op heden ging dat altijd op basis van ledensubsidie: hoe meer (jeugd)leden, hoe meer subsidie. Dat was logisch en volstrekt helder. Je telt het aantal leden maal het bedrag per lid. Iedereen wist waar hij aan toe was.

Maar hoe te denken over subsidie op grond van ‘maatschappelijke effecten’ waar het college over nadenkt? Daar is het CDA geen warm voorstander van. Sporten ten dienste van de gemeente: veel sportverenigingen die ik sprak waren hier niet blij mee. Hoezo afstappen van de oude manier terwijl dit prima werkt? Voor welk ‘probleem’ is dit een ‘oplossing’? Je kreeg in dit stelsel alleen geld als jouw sportvereniging bewezen gunstige maatschappelijke effecten oplevert. Dus moeten sportvrijwilligers als een ambtenaar plannen gaan schrijven hoe ze dat willen bereiken en moeten ze bewijzen hoeveel ouderen/statushouders/g-sporters ze aan het sporten hebben gekregen. Dat moeten ze vervolgens indienen bij de gemeente, waarna een ambtenaar dat vervolgens weer gaat controleren in dure ambtelijke uren… Alsof onze sportverenigingen een bevoogdende gemeente nodig hebben om hen aan te sporen goed te doen voor de medemens! SDC heeft bijvoorbeeld al jaren een team met nieuwe Nederlanders en helpt hun met de integratie. Zonder dat ze daar een cent voor kregen. Dat is toch prachtig, en dat doen ze al!

Wat we ons eens af moet vragen is dit: waarom zijn vrijwilligers eigenlijk vrijwilliger geworden? Niet om op kantoortjes plannen te schrijven. Nee, uit liefde voor hun sport! De korfballer is daar vrijwilliger geworden omdat hij van korfbal houdt, de zwemtrainer omdat hij van zwemmen houdt. Sportvrijwilligers willen vooral met hun sport bezig zijn. En dat is goed genoeg. Meer dan dat zelfs, daar moeten we trots op zijn. Sportverenigingen zijn geen uitvoeringsorgaan van de gemeente en dat moeten we zo houden

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *